Enige tijd geleden ben ik samen met twee andere enthousiastelingen gestart met een cursus decompressieduiken. Een decompressieduik is een duik waarbij het niet meer zo maar is toegestaan om direct naar de oppervlakte op te stijgen; er zullen onderweg verplichte stops gemaakt moeten worden ter voorkoming van de caissonziekte.

Deze vorm van duiken valt onder technisch duiken omdat er een (virtueel) plafond boven je hoofd zit tijdens het duiken en vereist daarom ook een speciale opleiding en aangepaste uitrusting.

Voor technisch duiken bestaat de uitrusting niet meer uit een traditioneel trimvest, maar uit een wing (een losse luchtzak) die op een backplate bevestigd wordt. De flessen worden vervolgens weer aan het backplate gemonteerd.

 

Een belangrijk aandachtspunt is dat er voldoende ademgas wordt meegenomen, opdat je zeker weet dat je nog veilig boven water kan komen terwijl je ook nog de verplichte stops onder water uitvoert. Ook moet hierin rekening gehouden worden met een buddy die in geval van problemen met de eigen luchtvoorraad op jouw resterende luchtvoorraad veilig mee naar boven moet kunnen. Het mag voor zich spreken dat hiervoor veel lucht nodig kan zijn, zeker als de verplichte stops lang duren. Om deze reden wordt al snel voor een zogenaamde dubbel-12 set gekozen; twee flessen van elk twaalf liter, die met elkaar verbonden zijn. Wanneer de set gevuld wordt tot 210 bar, dan zit er in totaal ruim 5.000 liter ademgas in de set.

Naast de (ruime) hoeveelheid ademgas in de flessenset op je rug, kan het zijn dat er nog een additionele (vaak kleinere) aluminium of carbon fles wordt meegenomen (stage genoemd) waarin nog meer ademgas zit. Meestal met 50 procent of meer zuurstof. Deze fles (wanneer deze gevuld is met een hoog percentage zuurstof) zorgt ervoor dat de verplichte stops korter kunnen zijn dan wanneer hiervoor de flessenset op de rug gebruikt zou worden.

Een ander belangrijk aspect van de cursus is de houding van de buddies ten opzichte van elkaar. Omdat er niet rechtstreeks opgestegen kan worden naar de oppervlakte zullen voorkomende probleempjes bij voorkeur onder water moeten worden opgelost. Sommige problemen zal je zelf kunnen oplossen, maar het allerbelangrijkste is dat in geval van een probleem meteen de buddy hierop attent wordt gemaakt, waarbij deze eventueel kan assisteren.

Ook is het erg belangrijk om de precieze diepte in de gaten te houden en deze zo secuur mogelijk vast te houden, zeker gedurende de verplichte stops. Een metertje stijgen of zakken kan in bepaalde gevallen erg gevaarlijk zijn en het risico op het krijgen van caissonziekte sterk verhogen. Om deze reden voer je een aantal taken ook altijd met z'n tweeën uit; waarbij één van beiden enkel en alleen maar let op de diepte en deze keurig vasthoud. Niet meer en niet minder. De ander kan dan bijvoorbeeld een ballon oplaten of wisselen naar het ademgas dat in de stage zit, zonder daarbij ook nog constant de diepte in de gaten te moeten houden. Hij moet enkel zijn buddy in de gaten houden, die zorgt voor de juiste diepte.

Veel meer informatie over technisch duiken kan gevonden worden op www.frogkick.nl.